Wat ging aan de vergunningaanvraag vooraf?

 

De afgelopen jaren is zorgvuldig toegewerkt naar de vergunningaanvraag voor Windpark Greenport Venlo. Welke stappen zijn er tot nu toe gezet?

Structuurvisie Klavertje 4-gebied
In 2012 hebben de gemeenten Venlo, Horst aan de Maas en Peel aan de Maas de Structuurvisie Klavertje 4-gebied vastgesteld. Hierin is een zoekgebied voor windenergie aangewezen (uitgaande van een windpark met een vermogen van minimaal 30 megawatt, waarbij 8 à 10 turbines in een lijn worden opgesteld). Dit gebied loopt van de Grubbenvorsterweg/Sevenumseweg in Horst aan de Maas tot de A73 bij knooppunt Zaarderheiken in Venlo. Voor deze ligging is gekozen omdat:

  • de ligging parallel aan het spoor het gunstigst is, gelet op de meest voorkomende windrichting. De turbines staan dan haaks op de wind, zodat ze optimaal van de wind gebruikmaken om energie op te wekken,
  • op deze manier de infrastructuur voor energie en transport (spoor) wordt gebundeld,
  • het zoekgebied het Klavertje 4-gebied doorkruist. De turbines worden belangrijke oriëntatiepunten in het landschap dat wordt gevormd door de nieuwe bedrijventerreinen.

De Structuurvisie Klavertje4-gebied heeft zes weken ter inzage gelegen. In die periode kon iedereen bezwaar maken (een zienswijze indienen). De milieueffecten van de structuurvisie zijn onderzocht in een milieueffectrapport (planMER). Dit rapport is vervolgens getoetst door de onafhankelijke Commissie van experts (Commissie voor de m.e.r.).

Integrale Omgevingsbeoordeling
Behalve het windpark zijn er nog andere ontwikkelingen in het Klavertje 4-gebied. Zo is al begonnen met de aanleg van het bedrijventerrein Klaver 4 en komt er een railterminal waarvoor ook aanpassingen aan het spoor nodig zijn. Deze ontwikkelingen (en daarmee de uitwerking in bestemmingsplannen) vonden min of meer gelijktijdig plaats en liggen dichtbij het zoekgebied. De betrokken gemeenten wilden dan ook weten wat het totaaleffect (de optelsom van de drie plannen) zou zijn voor het milieu. Hiervoor hebben Venlo en Horst aan de Maas in 2016 een zogeheten Integrale Omgevingsbeoordeling (IOB) opgesteld en vastgesteld. Op basis van het totaaleffect zijn de randvoorwaarden per ontwikkeling voor het milieu geformuleerd. Zo wordt voorkomen dat elke ontwikkeling op zich binnen de normen blijft, maar dat de optelsom toch voor te veel hinder zorgt.

Intentieovereenkomst
Mede op basis van de IOB hebben de gemeenten Venlo en Horst aan de Maas, de provincie Limburg en Etriplus een intentieovereenkomst gesloten. Met daarin de afspraak de mogelijkheden voor een windpark te onderzoeken in het zoekgebied dat in de structuurvisie is vastgelegd. Dit onderzoek gaat, net als de structuurvisie en de IOB, uit van de lijnopstelling. Met als belangrijkste uitgangspunten het streven naar een zo hoog mogelijke energieopbrengst en mogelijkheden voor de omgeving om mee te profiteren van de plannen.

Eerste stap MER-onderzoek: Notitie Reikwijdte en Detailniveau
De gevolgen voor het milieu hebben we onderzocht in een milieueffectrapport (MER). Vertrekpunt was de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor Windpark Greenport Venlo. Deze notitie hebben burgemeester en wethouders van Venlo en Horst aan de Maas in februari 2017 vastgesteld en ter inzage gelegd. In deze notitie staan de inrichtingsalternatieven en milieuonderzoeken die voor het MER plaatsvinden. Bij de inrichtingsalternatieven gaat het bijvoorbeeld om de hoogte van de mast, de grootte van de rotorbladen (wieken) en de opstelling.

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau gaat uit van vier inrichtingsalternatieven. Bij twee daarvan hebben de turbines een mast van maximaal 120 meter en rotorbladen (wieken) van maximaal 61 meter. In de andere twee alternatieven hebben de turbines een mast van maximaal 140 meter en rotorbladen van maximaal 71 meter. De grotere turbines worden onderzocht omdat ze meer energie opwekken, terwijl ze niet er per se meer milieueffect hebben.

Advies Commissie voor de milieueffectrapportage
Volgens het rapport van de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage in Utrecht vormen de voorgestelde inrichtingsalternatieven een goede basis om de opties binnen het zoekgebied uit de structuurvisie te verkennen. Wel adviseerde de commissie te onderzoeken of er turbines kunnen komen in het noordelijke deel van het zoekgebied (tussen de Greenportlane en de Grubbenvorsterweg). Dat hebben we onderzocht. Het noordelijke deel blijkt echter niet geschikt voor windturbines door de ligging van de Rotterdam-Rijn-Pijpleidingen (deze dienen voor het transport van olie en chemische producten). Ook adviseerde de Commissie te onderzoeken of er binnen het zoekgebied verbeteringen mogelijk zijn die de natuur- en milieukwaliteit ten goede komen. Denk aan het verschuiven van een windturbine, zodat de omliggende woningen met minder geluid te maken hebben. Ook dit advies hebben we meegenomen in de MER. Aanvullend onderzoek heeft echter geen verbetermogelijkheden opgeleverd.

Milieueffectrapportage en voorkeursalternatief
De mensen die in de omgeving wonen maken zich zorgen over (laagfrequent) geluid, slagschaduw, veiligheid en de gevolgen voor de natuur en het landschap. Dat blijkt uit de zienswijzen die zijn ingediend op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Het MER gaat hier uitgebreid op in. De verschillende inrichtingsalternatieven zijn getoetst aan de geldende normen en richtafstanden. Om een beeld te krijgen van de gevolgen voor het landschap zijn vanuit diverse zichtpunten foto’s gemaakt waarin de turbines realistisch in het landschap zijn geplaatst.

Op basis van de onderzoeken in de MER is een alternatieve opstelling gemaakt. Voor deze opstelling is de vergunning aangevraagd. Dit zogeheten voorkeursalternatief bestaat uit 9 windturbines:

  • 6 turbines ten noorden van de A67 met een mast van maximaal 140 meter en wieken van maximaal 71 meter. Turbines van deze omvang hebben een aanmerkelijk grotere energieopbrengst (ongeveer 40 procent meer). Daarnaast scoren ze beter ten aanzien van de minimale radardekking die het ministerie van Defensie eist.
  • 3 turbines ten zuiden van de A67 met eveneens een mast van maximaal 140 meter, maar kleinere wieken (maximaal 61 meter). De kleinere rotor is gekozen vanwege de kortere afstand tussen de drie turbines. Een grotere rotor zou turbulentie van de ene turbine op de wieken van de andere veroorzaken.

In de inrichtingsalternatieven is een tiende turbine ten hoogte van buurtschap Heierhoeve onderzocht. Deze maakt geen deel uit van het voorkeursalternatief en dus ook niet van de vergunningaanvraag. Een eventueel tiende turbine veroorzaakt te veel hinder voor de woningen aan de Heierkerkweg.